Sjalot

Sjalot

Milder dan ui, groots in smaak

Sjalotten zijn familie van de ui, maar ze zijn vaak milder, aromatischer en geliefd in sauzen en dressings. Ze groeien meestal in kluitjes: uit één sjalot ontstaan meerdere bollen. Met een zonnige plek, luchtige grond en een beetje geduld oogst je een voorraad sjalotten die je lang kunt bewaren.

Bodemvoorbereiding en planten

Bodem voorbereiden

Sjalotten houden, net als uien, van een luchtige, goed doorlatende grond die niet lang nat blijft. Maak de grond 20 tot 25 cm diep los en meng wat rijpe compost door de bovenlaag. Vermijd verse mest, omdat dit vooral bladgroei stimuleert en de kans op zachte, minder lang houdbare bollen vergroot. Kies bij voorkeur een zonnige plek, want zonlicht ondersteunt een stevige bolvorming en helpt het gewas sneller opdrogen na regen. Op zware klei is extra structuurverbetering belangrijk om wateroverlast en rot te voorkomen.

Planten in rijen

Sjalotten worden meestal geplant als pootgoed, omdat ze daarmee sneller op gang komen dan uit zaad. Plant de sjalotjes met het puntje net boven de grond en druk ze licht aan. Houd 20 tot 30 cm tussen de rijen en ongeveer 10 tot 15 cm tussen de sjalotten. Omdat sjalotten zich later splitsen in meerdere bollen, helpt iets meer ruimte om mooie, stevige kluitjes te vormen. Plant bij voorkeur in droge grond en voorkom dat het pootgoed langdurig in koude, natte bodem staat.

Onkruidvrij houden

In de startfase groeit sjalot rustig op gang en kan onkruid snel overheersen. Houd het bed daarom schoon door regelmatig te schoffelen of voorzichtig te wieden. Werk bij voorkeur op een droge dag zodat losgetrokken onkruid uitdroogt. Mulchen kan, maar gebruik een dunne laag en pas dit toe als de planten goed zijn aangeslagen. Te dikke mulch of te natte omstandigheden verhogen de kans op rot rondom de bollen.

Onderhoud

Regelmatig water geven

Geef sjalotten water bij droogte, vooral wanneer de bollen zich beginnen te vormen. De grond mag licht vochtig zijn, maar moet tussendoor kunnen opdrogen. Te natte grond vergroot de kans op rot en schimmel, terwijl langdurige droogte zorgt voor kleine bollen. Geef liever minder vaak, maar wel diep, zodat de wortels sterker worden. Verminder water geven zodra het loof begint te vergelen en om te vallen: dan rijpen de bollen af en willen ze droger staan.

Ongedierte en problemen

Dezelfde plagen die uien treffen kunnen ook bij sjalot voorkomen, zoals uienvlieg en trips. Preventie helpt het meest: wisselteelt, schoon werken en oude plantenresten opruimen. Trips zie je vaak als doffe of zilverachtige strepen op het blad, vooral bij warm en droog weer. Houd de planten vitaal met voldoende water in droge periodes en controleer regelmatig tussen het loof. Bij aantasting helpt het om zwaar getroffen bladeren te verwijderen en de groeiomstandigheden te verbeteren.

Loof en luchtigheid

Verwijder beschadigd of duidelijk ziek loof om problemen te beperken, maar laat gezond loof staan. Het loof voedt de bolvorming en bepaalt voor een groot deel de uiteindelijke opbrengst. Zorg dat de planten voldoende ruimte hebben en dat het bed niet te dicht begroeid is met onkruid. Een luchtige standplaats zorgt dat het gewas na regen sneller opdroogt en verkleint schimmelrisico.

Oogsten, opslag en laatste tip

Oogst op rijpheid

Sjalotten zijn klaar om te oogsten wanneer het loof grotendeels is omgevallen en vergeelt. Omdat sjalotten vaak in kluitjes groeien, zie je bij rijpheid duidelijke bollen rondom de basis. Oogst bij voorkeur op een droge dag, zodat je de bollen schoner en droger binnenhaalt. Te vroeg oogsten geeft een dunnere schil en een kortere bewaartijd.

Voorzichtig opgraven

Steek de kluitjes voorzichtig los met een schop of riek en til ze rustig omhoog. Vermijd beschadiging, want wondjes maken de bollen gevoeliger voor rot tijdens opslag. Laat de sjalotten vervolgens goed drogen en afharden op een luchtige plek uit de regen. Als de hals en schil papierdroog zijn, zijn ze klaar om op te bergen.

Koel bewaren

Bewaar sjalotten koel, droog en met ventilatie, bijvoorbeeld in een net, mand of kist met luchtgaten. Knip het loof pas af wanneer alles goed droog is, of bewaar ze met loof om later te vlechten. Controleer af en toe en verwijder zachte of beschadigde bollen. Goed gedroogde sjalotten zijn vaak lang houdbaar en behouden hun smaak uitstekend.